|
Polders zijn gebieden die lager liggen dan het omringende water, of land. De omringende watergangen (2) worden boezemwater, boezemkanaal of ringvaart genoemd. Het water in de polder (4) wordt op een vast peil gehouden door al het extra water (bijvoorbeeld van neerslag) uit de polder naar het boezemwater te pompen. Het water van de boezem wordt dan weer uitgepompt naar zee of naar een rivier.
In de zomer als het waterpeil te ver daalt, wordt er vanuit de boezem water de polder ingelaten. Als er te weinig water is dan hebben de boeren bijvoorbeeld geen water voor hun vee of voor het bewateren van hun gewas. Veel polders zijn veengrond en veengrond klinkt in als deze droog wordt. Daardoor treedt bodemdaling op en dat zorgt ervoor dat het waterpeil nog verder omlaag moet.
 Schematisch overzicht van een polder.
In Nederland wonen mensen op allerlei niveaus ten opzichte van het water. Boven zeeniveau (1), onder zeeniveau (3,5) en ook boven (5)en onder (3) boezemniveau. In de polders in Nederland wonen veel mensen en er is land- en tuinbouw, bedrijvigheid en natuurgebieden. Allemaal beneden het boezemniveau en vaak ook beneden zeeniveau. Er zijn ook polders boven zeeniveau. Toch zijn dat polders: ze wateren af naar hoger gelegen wateren bijvoorbeeld naar de grote rivieren.
De boezemkades zorgen ervoor dat het boezemwater de polder niet inloopt. Polderkades zijn de grenzen tussen twee polders. Als er een bres ontstaat in een boezemkade (3) loopt er water in een polder. De polder loopt vol, tot het kanaal leeg is, of tot het waterniveau in de polder gelijk is aan het niveau in de boezem. Als er aangrenzende polders zijn met maar een lage polderkade ertussen, kan het water doorstromen naar andere polders. Aangezien er veel minder water in de boezem zit dan in een rivier of in zee is een bres in een boezemkade over het algemeen minder ernstig dan in een rivierdijk. Maar ook dit type overstroming veroorzaakt veel schade en kan in de buurt van de bres heel gevaarlijk zijn.
Terug naar overstromingsgevaar in Nederland
|