|
Regenwater kan worden opgeslagen in de bodem. De bodem bestaat uit gronddeeltjes en ruimte daartussen: de poriën. Deze poriën kunnen gevuld worden met lucht, maar ook met water. Hoeveel water er kan worden opgeslagen in de bodem hangt af van de grondsoort. In een kleigrond kan het volume voor 40 tot wel 60 procent bestaan uit poriën. In fijn zand kan dat 20 tot 45 procent zijn.
De grond is tot op een zekere hoogte gevuld met water. Dat water wordt grondwater genoemd. Als je een buis in de grond slaat, zie je daar het grondwaterniveau in staan. Het grondwaterniveau daalt en stijgt als gevolg van de weersomstandigheden. In gronddeeltjes zelf kunnen ook holtes zijn, waar water in opgeslagen kan worden. Dat water noemen we bodemwater.
Als water opgenomen wordt in de grond, noemen we dat infiltratie. Als alle poriën opgevuld zijn met water, dan is de bodem verzadigd.
Een deel van het water dat infiltreert, zal doorstromen naar ondergrondse reservoirs of rivieren of zal via grondwaterstromen in de zee, een rivier of meer uitkomen. Een ander deel verdampt of wordt gebruikt door planten.
 Het process van waterberging in de bodem.
Terug
Verder
|