|
De stroomsnelheid van water wordt vooral bepaald door de helling van het gebied. Hoe steiler, hoe sneller. Probeer het maar eens met knikkers op een plank. In de animatie kun je het ook zien.
Naast de stroomsnelheid is ook de stijgsnelheid van belang. De snelheid waarmee het water in een rivier stijgt, maar ook de snelheid waarmee het water stijgt in een overstroomd gebied. De eenheid daarvoor is meestal centimeter per dag of per uur als het snel gaat.
De snelheid waarmee het water stijgt, is afhankelijk van een aantal factoren:
- De intensiteit van de regenval: een hogere intensiteit zorgt voor een hogere stijgsnelheid.
- De infiltratiecapaciteit van het oppervlak: hoeveel water kan de grond in? Rotsgrond of straten en huizen nemen weinig of geen water op. Klei en zand wel. Als de infiltratiecapaciteit laag is, stroomt al het water direct af naar een rivier of kanaal of vormt plassen op straat of op het land.
- Helling van het gebied. Op een helling blijft het water niet staan. Het infiltreert of het stroomt af en wordt verzameld op het laagste punt. Daar stijgt het dan weer. Zijn er veel steile hellingen en kan het water niet infiltreren, of ergens geborgen worden, dan zal in de vallei het water snel stijgen.
Terug naar overstromingstypes
Terug naar “flash flood”
Terug naar rivier overstroming
|